Nederlands
Nederlands Taal
Het Nederlands is een West-Germaanse taal en de moedertaal van de meerderheid van de bevolking van Nederland, België en Suriname, de drie lidstaten van de Nederlandse Taalunie, een internationale instelling die onder meer de regels voor de Nederlandse standaardtaal vastlegt. In de Europese Unie spreken ongeveer 23 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende 5 miljoen als tweede taal. Verder is het Nederlands ook een officiële taal van de Caribische eilanden Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, terwijl er nog historische minderheden bestaan in Frankrijk, Duitsland en in mindere mate Indonesië, en nog ruim een half miljoen sprekers in de Verenigde Staten, Canada en Australië. De Kaap-Hollandse dialecten van Zuid-Afrika en Namibië werden gestandaardiseerd tot Afrikaans, een wederzijds verstaanbare dochtertaal van het Nederlands.
Het Nederlands is nauw verwant aan het Engels en Duits, en wordt tussen beide geplaatst. Naast het feit dat het Nederlands de Hoogduitse klankverschuiving niet heeft ondergaan, verschilt het Nederlands – net als het Engels – verder ook van het Duits door de sterke afbouw van de naamvallen, de algemene zeldzaamheid van de Germaanse umlaut en een meer regelmatige morfologie. Het moderne Nederlands heeft in essentie twee grammaticale geslachten, maar dit verschil heeft aanzienlijk minder grammaticale gevolgen dan in het Duits. De Nederlandse woordvolgorde is onderwerp-werkwoord-lijdend voorwerp (SVO) in hoofdzinnen maar past, net als in het Duits, inversie toe in bijzinnen (SOV). Het Nederlands kent een hoofdzakelijk Germaanse woordenschat, in grotere mate dan het Engels, maar aangevuld door een grotere Romaanse component dan in het Duits.