• Home
  • Traavools
  • Vor Naer
  • Apperfang

Nederlands sprok

Woordvolgorde


De meest voorkomende woordvolgorde in een Nederlandse zin is: onderwerp - persoonsvorm - meewerkend voorwerp - bijwoordelijke bepaling van tijd en plaats - lijdend voorwerp - werkwoordelijke en niet-werkwoordelijke rest. In hoofdzinnen is de persoonsvorm over het algemeen de tweede constituent. In bijzinnen verandert de meest gebruikelijke woordvolgorde van SVO in SOV: Ik zag dat hij de deur dichtdeed.
[bewerken] Werkwoorden
1rightarrow.png Zie Werkwoord (Nederlands) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Nederlandse werkwoord kent over het algemeen drie persoonsvormen in de tegenwoordige tijd en twee in de onvoltooid verleden tijd. Voltooide tijden worden gevormd met de hulpwerkwoorden hebben en zijn. De toekomende tijd wordt gevormd met het hulpwerkwoord zullen. In het Nederlands kunnen verder zoals in alle West-Germaanse talen naar vervoeging de volgende 3 soorten werkwoorden worden onderscheiden:

onregelmatige werkwoorden
sterke werkwoorden
zwakke werkwoorden

[bewerken] Woordenschat

De totale woordenschat van het Nederlands bestaat naar schatting uit meer dan één miljoen woorden[5] (exclusief de miljoenen in onbruik geraakte woorden). In het Nederlands bestaan net als in het Engels vaak twee woorden met dezelfde betekenis (synoniemen) waarvan het ene een Germaans erfwoord en het andere een Romaans leenwoord is, bijvoorbeeld uitnodigen en inviteren. De keuze voor een van beide wordt meestal bepaald door het register; zo worden de Germaanse woorden meer gebruikt in het dagelijks leven, en is het gebruik van hun Romaanse synoniemen beperkt tot de formele schrijftaal.
[bewerken] Grammatica en morfologie
1rightarrow.png Zie Nederlandse grammatica en Morfologie (taalkunde) voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

De belangrijkste grammaticale verschillen zitten in de vervoeging van werkwoorden, het naamvallensysteem en de rol van woordgeslacht. Op beide punten is de Duitse taal complexer en conservatiever, ofwel synthetischer. Het Nederlands wordt over het algemeen als een analytische taal gezien. Het Nederlands vindt zijn oorsprong in het weinig gedocumenteerde Oudnederlands (voor 1170), dat overloopt in het Middelnederlands ook wel Diets genoemd (1170-1500).
[bewerken] Spelling
1rightarrow.png Hoofdartikel: Geschiedenis van de Nederlandse spelling en Nederlandse spelling

De in de Statenbijbel gebruikte spelling was een van de eerste pogingen tot standaardisering van de Nederlandse spelling, maar deze spelling heeft uiteindelijk weinig invloed gehad en wordt tegenwoordig als verouderd beschouwd[6].

De eerste officiële spelling van het Nieuwnederlands werd in 1804 opgesteld door Matthijs Siegenbeek. De spelling-Siegenbeek introduceerde onder andere de typische Nederlandse ij, die voorheen als y werd geschreven (blij/bly). Matthias de Vries en Lammert Allard te Winkel, de eerste redacteuren van het Woordenboek der Nederlandsche Taal, ontwierpen vervolgens in 1864 een nieuwe spelling. Deze werd in België ingevoerd als officiële spelling, terwijl Nederland pas volgde in 1883.

Het zou tot 1934 duren, voordat deze spelling vereenvoudigd werd voor het onderwijs. Deze nieuwe versie staat bekend als de spelling-Marchant, vernoemd naar de Minister van Onderwijs die het invoerde. Niet zóó, maar zó heette de brochure die probeerde inzicht te geven in de wijzigingen van de dubbele klinkers naar enkele klinkers, veranderingen van sch naar een enkele s en het verdwijnen van de Nederlandse naamvallen (ik zie den man).

In bijna ongewijzigde vorm werd deze spelling in 1946 in België bij regeringsbesluit ingevoerd, Nederland voerde haar in 1947 in. De eerste druk van het Groene Boekje verscheen in 1954. Dit boekje bevatte een uitvoering van het Belgische Spellingbesluit van 1946 en de Nederlandse Spellingwet van 1947, waarbij een regeling werd voorgeschreven met betrekking tot het voornaamwoordelijk gebruik, het gebruik van genitiefvormen zoals der, dezer en zijner, de schrijfwijze van bastaardwoorden en de tussenklanken in samenstellingen. Tevens worden hierin voor de spelling van de spraakklanken, de verdeling van de woorden in lettergrepen, het gebruik van het koppelteken, het deelteken en het weglatingsteken en het gebruik van hoofdletters voorschriften en aanwijzingen gegeven.

Dit Groene Boekje bevatte in sommige gevallen een voorkeurspelling (met varianten van spellingswijzen) gegeven, die in de praktijk voor onduidelijkheid zorgde. Daardoor verdween deze voorkeurspelling in het Groene Boekje van 1995. Verder was een der grote veranderingen in 1995 de regels omtrent de tussenklank -e(n)- in samenstellingen.

Deze veranderingen leidden tot veel discussie, met als hoofdbezwaar dat er geen logica in de regels voor de tussen-n te ontdekken was. Daarnaast vonden critici veel fouten in het Groene Boekje, en publiceerden die onder meer in het blad Onze Taal. Het Groene Boekje wordt om de 10 jaar aangepast, zodat ook neologismen als webcam (1998), sms'en (1999) en googelen (2003) als nieuw lemma zijn opgenomen. De laatste spellingwijziging dateert van 2005 en betreft vooral het wegwerken van uitzonderingen of twijfelgevallen bij het toepassen van de spellingsregels.

De bezwaren tegen het Groene Boekje leidden tot de publicatie in augustus 2006 van een alternatieve spellingslijst, de zogenaamde 'witte spelling' in het Witte Boekje. Een aantal media kondigden aan deze spelling, gebaseerd op de spelling van vóór 1995, te zullen blijven gebruiken (dit waren de Volkskrant, Trouw, NRC Handelsblad, Elsevier, HP/De Tijd, De Groene Amsterdammer, Vrij Nederland, Planet Internet, Teletekst en de NOS). Intussen is de spelling van het Groene Boekje verplicht gesteld in overheidsdocumenten en in het (basis)onderwijs.


Navigation

    • Home
    • Travels
    • Voyage
    • Aftermath

Copyright © 2012